MBlog

Weblog van Eurogroup Consulting over ontwikkelingen in organisatie en technologie.

Van Content via Contact naar Community ° 19 okt 07

Post afdrukken Door Stephan Bon | Alle berichten van Stephan

De zoektocht naar rendement in de media-industrie is in volle gang. Is content nog wel ‘king’? Hoe kunnen bedrijven daar nog aan blijven verdienen? Is die content dan niets meer waard? Nee, dat ook weer niet. Natuurlijk is content wat waard! Dat zal ook altijd blijven. De waarde wordt alleen niet meer bepaald door de aanbieder, de waarde wordt bepaald door de afnemer. En dat is nieuw. Hoewel, ook al niet zo heel nieuw meer. Voor sommige partijen nog wel, of ten minste nog (steeds) niet zo goed begrepen.

Geld verdienen in een traditionele content provider rol lijkt eindig te zijn. Content is eigenlijk overal, altijd (bijna) gratis beschikbaar. Of voor relatief erg weinig geld. Als de consument zelf moeite moet doen, is hij niet (of nauwelijks) bereid om te betalen. Het enige waar men makkelijk voor betaald is gemak en beleving (zie ook een eerdere blog-post hierover), waar relevantie een grote rol speelt. “Diegenen die dat nu nog niet snappen, zijn te laat….”, een recente uitspraak van een uitgever van een Nederlands mediabedrijf. OK, content alleen is dus geen king meer. Het gaat om het contactmoment. Mediabedrijven zijn bezig met een migratie naar een contact provider-rol. Daar ontstaat de huidige discussie over multimedia, multichannel, of voor een enkele al crosschannel: daar waar de multiple channels elkaar versterken, over en weer: ‘cross’ dus. Het contactmoment met de klant wordt ‘verrijkt’ met relevante content. Het contactmoment bevat vooral gemak in de vorm van gemaksfuncties. Hoe dichter het content aanbod bij de ‘emotie’ van het moment, hoe meer het waard is, dus hoe makkelijker het is het te kopen of gebruiken, hoe sneller – hoe eerder men betaalt of wil betalen. Voorbeeld: als ik een heel goed nieuw nummer op de radio in de auto hoor, en ik kan het op dat moment eenvoudig kopen, betaal ik er makkelijk 1 of 2 euro voor. Als ik dat zelfde nummer ‘s avonds via internet opzoek en download, vind ik 10 cent al veel.

De contact provider biedt de consument content “producten” vanuit dit contact, het contact stimuleert de consumptie, het liefst ‘cross channel’.  Het liefst ook media neutraal. Voor iedereen is het weer anders. Het is alweer twee jaar geleden dat we met een uitgever van één van de grote dagbladen spraken over ‘dayparting’ en ‘touchpoints’. De dagindeling voor mediagebruik (de verschillende kanalen) is voor iedereen anders (tv, krant, radio, internet, e-mail et cetera) en kan worden ‘opgehakt’ in verschillende delen van de dag met de meest voor de hand liggende kanalen. In de auto is het lastig krant lezen, radio is daar meer voor de hand liggend. Ik lees tegenwoordig mijn mail in de file. Dus, serieel en parallel, gecombineerd, die aan iedereen op hun eigen manier voor de juiste contactmomenten zorgt. Echter, twee jaar geleden was het ook nog veel te veel aanbieder-bepaald. Zie de recente pogingen van verschillende conglomeraten van gemaakte crossmediale concepten. Nog steeds niet succesvol

Veel tijd voor deze migratie is er dus niet, want eigenlijk alweer achterhaald. Zoals al gezegd, een met content verrijkte contactprovider-rol biedt nog niet het beoogde businessperspectief. De afnemerrol wordt in deze migratie nog onderschat. Die moet juist leidend zijn. Laat de consument het echt bepalen, onderling met elkaar, lever daarin natuurlijk de contact momenten: van aanbieder naar afnemer, maar lever vooral de ‘afnemer naar afnemer’ contacten. We hebben daar een bekend woord voor: community. De meest recente uitdaging voor mediabedrijven (en eigenlijk voor alle bedrijven met direct klant contact) is: wordt een community provider. Help de mensen het met elkaar te bepalen, ondersteun daarin gemak ten behoefte van de beleving via de contact momenten (lees: medianeutraliteit of wel invullen van crosschannel) en verrijk dit, indien de community of het communitylid dat wil, met content. Reken maar dat dan mensen voor de content betalen. En of…!

Het is relevant. Het is zelfgestuurd, op maat, via het juiste kanaal en dus op de juiste plek, op het goede moment op de dag, makkelijk te krijgen, direct toepasbaar en anderen (hun “vrienden”) hebben het aanbevolen. Zo gaan we in de media-industrie, en eigenlijk in alle andere branches, van B2C, naar C2B, naar C2C – waarin B de “2″ ondersteunt en verrijkt.

Popularity: 6% [?]

ééntweedrieviervijf
Loading ... Loading ...

3 Reacties

« Lesje synergie-rekenen

Transparantie op internet »

3 Reacties

  1. Hi Stephan, zie ik hier wat IDG-terminologie voorbij komen? ;) Ik kan niet anders dan het roerend met je eens zijn.

    Je had de Contact Providersrol wat mij betreft meer mogen toespitsen op de veranderende rol richting de ‘adverteerder’. Uiteindelijk zijn de contacten die voor hen worden gefaciliteerd m.i. vele malen lucratiever dan de ‘contentfees’ waar jij op hoopt. Mits je als mediabedrijf de meeste, meest optimaal verrijkte userdata weet te verzamelen en vooral weet uit te nutten richting adverteerders.

    Jeroen Jonker Roelants (22 okt 07 om 12:32)
  2. Je kaart hier een aantal punten aan waarover nog wel iets te zeggen valt.

    Om te beginnen met de ‘koninklijke’ status van content – een paar relativerende opmerkingen in deze context:

    * Elvis wordt nog steeds beschouwd als ‘The King’ en zijn content wordt nog steeds vorstelijk verkocht; alleen zelf heeft hij er niet meer zoveel aan;
    * Willem III had als stadhouder van Holland meer in te brengen dan als king van Engeland;
    * De Engels/Nigeriaanse zangeres Sadé zong ooit: “Your love is king”; en weten allemaal dat betalen voor liefde een vrij povere invulling aan dat begrip geeft.

    Als (rechtstreekse) betaling niet altijd haalbaar is, hoe kan je dan toch een zinvolle benutting aan content geven. Je geeft daarvoor een aanzet en daar kan ik nog een aantekeningen bij plaatsen.

    Zo zijn aspecten als relevantie (het ondersteunen/faciliteren van beslissingen) en tijdigheid belangrijke dimensies – content gerelateerd aan “high-risk, high-cost activities” of “data-centric” content zijn hier een goed voorbeeld van. In de B2B-omgeving wordt hiervoor betaald. En ook als consument wil je betalen voor dit soort info (“wat hebben vergelijkbare huizen in mijn postcode de afgelopen 5 jaar opgebracht?”) – de fee daarvoor zal uiteindelijk door het marktmechaniek worden bepaald (Zo lijken de fees voor downloaden in de US zich te fixeren op een peil van $ 0.70 – $ 1.00 per song en $ 6.50 – $10.00 voor een album).

    Benutting van content in een community-sfeer kan zeker bijdragen aan een ander exploitatiemodel, zij het dan de aanbieder van de content dan genoegen zal moeten nemen met een andersoortige vergoeding dan voorheen. De content fungeert immers als bouwsteen of cement en daarvoor staat een heel ander tarief dan voor een eindproduct (in de vorm van een huis, of in het geval van content: een tijdschrift of boek).

    De kosten voor content in brede zin (concert of voetbalwedstrijd) worden nu ook al niet eendimensionaal, lineair gedragen. Afgezien van de entreegelden wordt een voorstelling (of een wedstrijd) mede betaald door: donaties, sponsorgelden, licentiegelden, merchandising, subsidies en opbrengsten van rechten.

    Reinolt Duerings (5 nov 07 om 15:25)
  3. Met name de laatste deel van de tekst wordt nu ook door conglomeraten gezien alla Eureko, zie hierbij de site goedenwel.nl. gepensioneerde bedienen met statische content aangaande de thema’s nalatenschap, inkomen en gezondheid gefaciliteerd door een community alla hyves voor de verbinding met elkaar

    Edward Claushuis (25 jun 08 om 15:44)

Reageer

Links maken: <a href="http://www.">linktekst</a>

RSS feed voor de reacties / trackback link